Elektrisch rijden: hoe zit het met de terugbetaling van laadkosten en de installatie van laadpalen door de werkgever?

05 november 2021

Ook al is het kersverse klimaatplan van de Vlaamse regering nog maar een plan: het staat als een paal boven water dat onze mobiliteit binnen afzienbare tijd elektrisch wordt. Voor u als werkgever brengt dat een aantal nieuwe fiscale vraagstukken met zich mee. Een daarvan is de terugbetaling van laadkosten en de installatie van laadpalen ten laste van de werkgever. We zetten alles wat we vandaag al weten even op een rijtje.

Laadkosten zijn inbegrepen in de forfaitaire VAA-berekening
Net als bij een wagen op fossiele brandstof aanvaarden de fiscus en de RSZ dat het ten laste nemen van het elektriciteitsverbruik door de werkgever inbegrepen is in de forfaitaire berekening van het VAA van de bedrijfswagen. U mag dus de reële kost van het elektriciteitsverbruik vergoeden. Voor  laadbeurten aan publieke laadpalen kunt u werken met een laadkaart. Die registreert de door de auto opgeladen KwH. Er is ook een factuur en dus een bewijs van de reële kost. Gratis opladen aan een laadpaal op uw bedrijfsparking stelt evenmin problemen, zolang het maar om een bedrijfswagen gaat.

Wat als uw medewerker thuis oplaadt?
Het terugbetalen van thuisladen is minder eenvoudig. Het probleem is dat het in de meeste gevallen onmogelijk is om de werkelijke kost van het verbruik te bepalen. De elektriciteitsfactuur is een totaal van verschillende tarieven en heffingen. Zelfs als men het verbruik van de bedrijfswagen kent, kan dit niet vertaald worden in een concrete kost.

De moeilijkheid zit hem in het omzetten van de heldere sociaaljuridische principes naar een concrete werkwijze en een tarief dat overeenstemt met de reële kosten. De enige optie is om de terugbetaling op forfaitaire, marktconforme normen te baseren. In de praktijk worden daarvoor de CREG tarieven gebruikt.  Die zijn – weliswaar met enige vertraging- een betrouwbare weergave van de prijzen. Dikwijls zorgt de leasemaatschappij zelf voor een creditering aan de medewerker op basis van het verbruik met de laadkaart en het CREG tarief.

Hoe zit het met de terugbetaling van een laadinstallatie thuis.
Indien in de voorwaarden van de terbeschikkingstelling van de bedrijfswagen duidelijk vastgelegd is dat deze ook de installatie van de laadinfrastructuur bij de werknemer thuis, omvat, moet er geen extra belastbaar of RSZ-onderhevig voordeel worden aangegeven. Dit voordeel wordt geacht deel uit te maken van het forfaitaire VAA voor het privégebruik van de firmawagen. Hetzelfde geldt voor de door de bedrijfswagen verbruikte elektriciteit.

In de ons bekende rulingaanvragen heeft de fiscus dat standpunt bevestigd: alle kosten die verbonden zijn aan de installatie, zoals de schouwing, de voorbereidende elektrische werken, de fysieke apparatuur, de levering en plaatsing tot en met het technisch onderhoud worden niet beschouwd als een bijkomend voordeel van alle aard voor uw werknemer.

De laadpaal mag uiteraard alleen gebruikt worden voor het bedrijfsvoertuig van de werknemer en niet bv. voor andere voertuigen of ander elektriciteitsverbruik van het gezin.

Opgelet! Die rulings gelden enkel voor de zaak waarvoor ze zijn opgesteld. Wil u fiscale zekerheid? Dan is het een goed idee om een vraag bij de Dienst Voorafgaande Beslissingen in te dienen. Uw PIA-adviseur helpt u daar graag bij.